Blog overzicht
Programma

Gevonden beelden, nieuwe verhalen

Gepost op 6 apr 2017 om 17:31 door George Vermij

In Huis Huguetan in Den Haag is een overzichtstentoonstelling te zien van kunstenaars Christoph Girardet en Matthias Müller. Somebody, Nobody, Anyone laat zien hoe het duo gevonden filmmateriaal van nieuwe betekenis voorziet. Voor kunsttijdschrift Metropolis M schreef George Vermij, redacteur bij We Are Public Den Haag, een artikel over hun gebruik van found footage. 

Dit artikel verscheen eerder op Metropolis M

Een supercut is een filmpje dat vaak door liefhebbers wordt samengesteld uit bestaande filmbeelden die een gezamenlijk thema hebben of een cliché illustreren. Youtube en Vimeo staan er vol mee. Zo zijn de woorden ‘We’ve got company’ of ‘Let’s go home‘ in talloze films ten gehore gebracht. Het supercut-fenomeen is ontstaan in een tijd waarin film is verworden tot data. Iets dat je net zoals tekst en muziek op je computer kunt afspelen, opslaan en naar hartenlust kunt bewerken. Die mogelijkheden maken van passieve consumenten actieve manipulators, die zich op een vaak komische manier verzetten tegen de gestandaardiseerde formules die veel eigentijdse vormen van entertainment kenmerken.

Take the 5:10 to Dreamland (Bruce Conner, 1976)

Voordat het internet op dit gebied domineerde, werden filmbeelden al toegeëigend voor artistieke doeleinden. In de tentoonstelling You Are Here, die kunstenaars Christoph Girardet en Matthias Müller hebben samengesteld voor West op het Groenewegje, is de prachtige film Take the 5:10 to Dreamland (1976) van Bruce Conner te zien. Hij geldt als een pionier van de found footagemethode. Voor zijn A Movie uit 1958 was hij wegens beperkte middelen genoodzaakt om beelden te gebruiken uit bestaande films, die hij door montage tot een nieuw geheel wist te smeden. Die werkwijze zie je ook in Take the 5:10 to Dreamland, waarvoor Conner in obscure filmarchieven dook. Het resultaat is een dromerige, in sepiatonen gehulde beeldcollage van regen dat valt op water, een geheimzinnige vrouw in een sporttenue en een wazige raket die de hemel in schiet. Dit alles wordt ondersteunt door een minimale en melancholieke compositie van Patrick Gleeson.

Found footage blijft een ambigue term. Enerzijds zoeken kunstenaars of mensen die een supercut maken naar specifieke motieven en onderwerpen die constant herhaald worden. Anderzijds suggereert de term iets onverwachts, een verrassende openbaring die verscholen ligt in een bepaald beeld dat losstaat van de rest van de film. In het laatste geval bestaat er de kans dat de voorzichtige selectie en de suggestieve montage van de beelden, de waarde van het bronmateriaal overstijgt. Een opvallend shot uit een saaie documentaire over landbouwirrigatie kan door de juiste rangschikking met andere scènes en de toevoeging van een soundtrack, opeens over een magische kwaliteit beschikken.

Personne (Christoph Girardet en Matthias Müller, 2016)

Het is gepast dat Girardet en Müller een film van Conner hebben uitgekozen. Hun werk past in de lijn die Conner heeft uitgezet en beschikt daarnaast over dezelfde sensuele en mysterieuze spanning. Het oeuvre van het duo staat centraal op de aansluitende tentoonstelling Somebody, Nobody, Anyone, die is gevestigd in de mooie dependance van West op het Lange Voorhout. Het is een vrij uitgebreide overzichtstentoonstelling die de evolutie van hun gebruik van found footage toont. Om te beginnen zijn er korte films te zien die draaien om herhalende patronen en voorstellingen. In Scratch en 60 Seconds richten de kunstenaars zich op objecten. Respectievelijk platenspelers en close-ups van analoge horloges en klokken uit speelfilms.

Bij meerdere werken merk je hun fascinatie voor taxonomie: het ordenen en classificeren van dingen. Zo zijn er onder andere foto’s te zien van een serie vlinders verzameld onder de naam Imagines. Een andere serie met de titel Seascapes bestaat uit verschillende afbeeldingen van een kalme zee, elk voorzien van coördinaten. Daarnaast hebben de kunstenaars in hun werk een nieuwsgierig oog voor verouderde technologie, of dat nu ingewikkelde typemachines zijn of bakelieten telefoons met draaischijven. Ze voegen een extra dimensie van ongrijpbaarheid toe en tonen hoe cinema een manier is om door de tijd te reizen. Gewone objecten uit de jaren 50 en 60 ademen in onze digitale werkelijkheid opeens iets exotisch en vreemds uit. Het voelt bijna fetisjistisch aan, hoe de precieze registratie van de camera zich op deze voorwerpen richt.

Naast korte films en foto’s uit hun beginperiode, zijn er een aantal filminstallaties te zien, die een verborgen narratief laten doorschemeren, voelbaar onder de krachtige stroom van beelden. Zo is er in het werk Personne, een man zonder eigenschappen, die steeds terugkomt in scènes die zorgvuldig uit de filmcarrière van de Franse acteur Jean-Louis Trintignant zijn geselecteerd. Met zijn vervreemdende blikken, nette voorkomen en verhulde ongemakkelijkheid vormt hij de perfecte pijler voor een film die verder gebruik maakt van alledaagse, maar surrealistische beelden. Het is een onheilspellend geheel, vooral omdat Trintignant voortdurend van een jonge man naar een oude volwassene verandert en daarmee zijn eigen identiteit keer op keer ter discussie stelt. Zijn verschijning wordt op een cruciaal moment ingewisseld voor een net zo ongemakkelijke Gregory Peck; een man verdwaald in moderne en onzekere tijden.

De filminstallatie Cut is zonder meer het meest viscerale werk van de tentoonstelling en niet geschikt voor mensen met een zwakke maag. Door een constante spanning tussen sensuele en vleselijke beelden is het een aanval op de zintuigen. Scènes van druppelende kranen en wind die door de bomen waait worden gecontrasteerd met beelden van een scalpel die door huid snijdt of mieren die over een lichaam kruipen. Het is een beklemmend visueel onderzoek naar de grenzen van het lichamelijke, die de kracht heeft om koude rillingen of kippenvel bij de toeschouwer teweeg te brengen.

Meteor (Christoph Girardet en Matthias Müller, 2013)

Het betoverende werk Meteor handelt zich om dromen uit de kindertijd. Voor dit werk, put het duo uit de rijke geschiedenis van het afbeelden van kinderen in film, waarbij kunstenaar John Smith een verhaal vertelt over een jongetje en zijn rijke fantasiewereld. Dit alles mondt uit in een grootse finale waar scènes van verouderde sciencefiction films een onwerkelijke lading krijgen door de klanken van de opera Suor Angelica van Giacomo Puccini.

Deze bespreking is slechts een greep uit beide tentoonstellingen, die de kracht van found footage als middel om nieuwe verhalen te vertellen of diepere verbanden bloot te leggen, aantoont. Het overzicht laat zien dat Girardet en Müller ijverige voorlopers zijn van de vele found footage-manipulaties die vanaf mid-2000 in musea, galeries en het internet opduiken. Opvallend is de ambigue relatie met het werk van de Amerikaanse kunstenaar Christian Marclay. Terwijl het duo de klokken en horloges uit 60 seconds in 2002 presenteerde, kwam Marclay in 2010 met The Clock op de proppen. The Clock, dat in de kunstwereld op veel aandacht kon rekenen, hanteert in feite hetzelfde concept, maar breidt dit uit naar 24 uur, waarbij elke minuut is samengesteld uit beelden van films die de precieze tijd aangeven. Girardet en Müller zijn zelf gelukkig duidelijk over hun inspiratiebronnen, zoals de invloedrijke Conner. Daarmee onderschrijven ze het belang van een techniek die inmiddels gemeengoed is geworden, maar die zelden het niveau haalt van de werken die je op deze twee inspirerende exposities kan ervaren.

5 t/m 9 april kun je naar Somebody, Nobody, Anyone van Christoph Girardet en Matthias Müller in Huis Huguetan in Den Haag. Drie keer per dag is er een speciale rondleiding, om 13:00, 15:00 en om 17:00.