Over dit programma
Ravel koesterde zijn privacy en zag zijn huis in Montfort-l’Amaury als toevluchtsoord. Zelf ontwierp hij er een Japanse tuin vol exotische bloemen, een plek van rust en inspiratie. Daar ontstond zijn suite Ma mère l’Oye, geïnspireerd op de sprookjes van Moeder de Gans, met een betoverde tuin in het slotdeel.
In dit natuurprogramma klinken ook werken van vier componisten die Ravel’s klankkleurenspel beïnvloedden: Sofia Gubaidulina (evocatie van een magische tuin), Toru Takemitsu (And then I knew ’twas wind), Olivier Messiaen (klarinetsolo uit Quatuor pour la fin du temps) en George Crumb (Vox Balaenae, een theatrale duik in de diepzee). Het concert sluit af met Ravels bewerking voor twee piano’s van Debussy’s Nocturnes, waarin wolken verstild voorbijdrijven, een exotisch feest losbarst en mythische sirenes Odysseus en zijn bemanning proberen te verleiden.
