Blog overzicht
Achtergrond

Maarten van Boven

Gepost op 2 jul 2014 om 13:41 door We Are Public

Achter het succes van We Are Public schuilen vele gezichten. Van de leden die We Are Public mogelijk maken tot de breinen achter het culturele aanbod in de stad. Onze redactie stellen we je al voor in de serie Ontmoet de redactie. Op deze plek vestigen we de aandacht op alle andere Public Figures. Één daarvan is Maarten van Boven, algemeen en artistiek directeur van Muziekgebouw aan ’t IJ.

Waarom denk je dat We Are Public een goed idee is?
Ik schreef het al eerder: muziek is altijd zoekende. Net als het publiek. Totdat het raak is. We Are Public bemiddelt tussen kunst en hart en verhoogt zo de kans op een wonder. Het publiek vormt het hart. En samen zijn we publiek. Briljant idee, als je het mij vraagt.

Wat betekent We Are Public voor het Muziekgebouw aan ’t IJ?
Zie het antwoord op vraag 1: het bewijs dat de liefde wederzijds is.

Door welke film / boek / muziek / kunst / voorstelling ben je de afgelopen tijd het meest gegrepen?
Uit zoveel ontroerende pracht is het altijd moeilijk kiezen. Heel even dacht ik aan het werk The Enclave van Richard Mosse, met een soundtrack van Ben Frost. Onlangs nog in Foam te beleven. Ik zag het werk voor het eerst in het Iers Paviljoen in Venetië. En nu ik aan die tijd in Venetië terugdenk, werd die ervaring maar door één ding overtroffen: het beeld van een vijftal rozen. Op het graf van Claudio Monteverdi in de Basilica di Santa Maria Gloriosa dei Frari. Drie rode en twee gele. Ik denk dat het kwam door de manier waarop ze daar lagen. Terechtgekomen eigenlijk. Geworpen door de spijlen van het hek dat zijn graf en de kijker van elkaar scheidt. Sommige los, twee anderen over elkaar heen, de een naar links wijzend, alle andere naar rechts. Een schitterend ongeluk. Zo lagen ze erbij. Rustend op eeuwen muziekgeschiedenis. Die gedachte, en de manier waarop die rozen daar lagen, maakten het tot een bijzonder aangrijpende voorstelling.

Wat doe je als je niet met cultuur bezig bent?
Schokkend inzicht, maar ik vrees dat het waar is: dan slaap ik meestal.

Waar zie je deze zomer het meest naar uit bij Muziekgebouw aan ’t IJ?
Waar ik me deze zomer nog het meest op verheug, ga ik missen: het festival Viva Brasil. En dat doet pijn. Waarom? Omdat mijn liefde voor de muziek al vroeg werd aangewakkerd door de muziek die in dit land zijn oorsprong vindt. En de taal natuurlijk, die al even muzikaal is, maar dat terzijde. Azymuth staat symbool voor beide. Het is een Braziliaans trio dat indertijd bestond uit Jose Roberto Bertrami, Alex Malheiros en Ivan Conti. Zij maken gedichten van muziek. Om bij weg te dromen, zo mooi. Toetsenist Bertrami overleed in 2012, maar de muziek die hij componeerde is nog altijd springlevend. Veel jeugdige, warme en evenzo onbezonnen zomers bracht ik met het drietal door. Of zij eigenlijk met mij: op de koptelefoon van mijn blauw metallic Sony Walkman. Die warmte ga ik dus missen deze zomer. Terwijl ik door de Schotse Hooglanden trek. Contrastrijker kan bijna niet. Dat heeft ook wel weer zo zijn schoonheid – ik weet het -, maar de troost blijft schraal.

En in de rest van de stad?
Ik bewaar goede herinneringen aan de tuinen van het Rijksmuseum. Jaren geleden nog één van de best bewaarde geheimen van Amsterdam: een oase van stilte, te midden van een stad die zijn rust maar niet kon vinden. Door de megaverbouwing van het Rijks die volgde, waren de meeste tuinen jarenlang niet toegankelijk voor publiek. Sinds het begin van deze zomer zijn ze weer open. Goddank. Met mooi werk van de Amerikaanse kunstenaar Alexander Calder. Ook dat nog. Kortom, als je me deze zomer niet aan de oever van het IJ vindt (het blauwe buitenpodium van het Muziekgebouw), dan vind je me daar: in de groene buitenzaal van het Rijks.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikerservaring te optimaliseren. Door cookies te accepteren help je ons om We Are Public verder te verbeteren. Meer informatie over ons cookie- en privacy beleid vind je hier.