Nieuws

Anne Breure, piepjonge artistiek directeur van het Veem Huis voor Performance

Gepost op 23 jun 2016 om 11:37 door Mark Fischer

Mark Fischer interviewde Anne Breure, artistiek directeur van het Veem Huis voor Performance. Als twintiger is ze een van de gezichten van een nieuwe generatie makers en denkers in de kunstensector.

Veem Huis voor Performance

Anne Breure, artistiek directeur van Veem Huis voor Performance, werd geboren in 1988, 100 jaar nadat Van Gogh in Zuid-Frankrijk zijn kunstenaarshuis probeerde op te richten. Van Gogh huurde in 1888 een Geel Huis in Arles om in alle rust te kunnen schilderen en om een plek te creëren waar gelijkgestemde kunstenaars, in voor de kunsten moeilijke tijden, samen konden komen, samen konden denken en samen konden werken. Anne Breure heeft haar eigen Gele Huis: Veem Huis voor Performance. Niet alleen is het letterlijk geel door de gelige bakstenen muur, ook het idee van het Gele Huis als plek waar kunstenaars bij elkaar komen, is terug te zien in het Veem. Ik (100 jaar na Van Gogh’s overlijden geboren) ging langs bij het Veem, om in gesprek te gaan met deze artistiek directeur met een voorkeur voor gele huizen.

Het Veem Huis voor Performance

Utopie
Voordat Anne Breure het Gele Huis aan de Van Diemenstraat betrok, trachtte ze al eens eerder een ‘Geel Huis’ te creëren. Breure vertelt over haar afstudeerproject aan de mimeopleiding in 2011. Daarvoor liet ze zich inspireren door het idee achter het Gele Huis van Van Gogh: In het ‘jaar van de schreeuw’,Anne Breure noemt 2011 het ‘jaar van de schreeuw’, refererend aan de toenmalige actie ‘Nederland schreeuwt om cultuur’ een jaar waarin de kunsten getroffen werden door heftige bezuinigingen, hield ze een aantal “inloopavonden” op het Marie-Heinekenplein in Amsterdam.

Ze leende een tafeltje bij het Chinese restaurant op de hoek en ging met mensen in gesprek over het ‘bouwen’ van een eigen Huis in de geest van Van Gogh; een plek waar mensen samen komen en verbeelding centraal staat. Ze wilde niet alleen met kunstenaars in gesprek, maar ook met politici, wetenschappers en anderen om het samen te kunnen hebben over hoe zo’n utopisch Huis er uit zou moeten zien. Ook voorbijgangers werden uitgenodigd met haar in gesprek te gaan. Breure: “Er kwamen allerlei soorten mensen langs. Bijvoorbeeld een meisje op een scooter, dat vroeg wat ik er deed en na een kort gesprek zei: ‘je hebt hier wat licht nodig’ en de Dirk in ging om een kaars te halen. Ze kwam terug met een grafkaars.” Uiteindelijk stond er een daadwerkelijk ‘huis’: een installatie die 48 uur op het plein bleef staan.

“Het Veem als plek waar makers en publiek samen nieuwe vormen kunnen ontdekken en waar op een andere manier naar theater of kunst gekeken kan worden”

Een nieuwe context binnen bestaande structuren
Breure werkte daarna in Brussel in de politiek en studeerde vervolgens kunst en politiek in Londen. Toch bleef de gedachte “ik moet een huis bouwen” haar bezig houden. “En het liefst in het land waar ik opgegroeid en opgeleid ben, de plek waar ik toch nog altijd het meeste boos of enthousiast wordt als ik zie wat er gebeurt.” Toen de vacature voor artistiek directeur bij het Veem langskwam en haar voorganger haar vroeg: “kan je de tekening van dat huis dat je wilt bouwen niet over het Veem leggen?”, besloot ze te reageren.

Ze kreeg de baan. Ze mocht haar utopische idee van het Gele Huis in de praktijk brengen, maar in plaats van vanaf nul te beginnen lagen hier al bestaande structuren. “Je begint met toonveranderingen en voegt accenten toe, je moet van binnenuit aan de slag gaan. Belangrijk daarbij voor mij was om een context te creëren waarin het werk ingebed is. Ik wilde van het Veem een huis van en voor de makers en publiek maken; waar zij samen nieuwe vormen kunnen ontdekken en waar op een andere manier naar theater of kunst gekeken kan worden. Het gaat er daarbij om een context te creëren voor de makers om hun werk te kunnen ontwikkelen, maar ook een context te creëren voor het publiek. Niet te zeggen: zo moet je kijken, maar: zo kan je er naar kijken en laten we daarover vooral in gesprek en discussie gaan. We willen makers en publiek elkaar daarin laten ontmoeten: ze niet, oppositioneel, tegenover elkaar opstellen, maar het publiek echt meenemen .”

Ontmoeting tussen publiek en makers

Ontmoeting aan ronde tafels
Die ontmoeting tussen makers en publiek faciliteert ze op verschillende manieren. Zo zette ze het publieksplatform Les Spectateurs op: een programma waar de expertise van het publiek en de expertise van de maker elkaar ontmoeten. “We hebben uitnodigingen rondgebracht in de buurt en op sociale en culturele plekken, met daarop de vraag: ‘Ben je nieuwsgierig naar theater en wil je komen kijken naar een aantal creatieprocessen van makers, nog voordat de voorstelling in première gaat?’ Maker en publiek gaan daar met elkaar in gesprek. Zo komen de mensen uit de buurt in huis en dat levert nieuwe, andere inzichten op voor de makers en momenten om dingen uit te proberen nog voor de première. Het Veem werkt als een soort open laboratorium. De vragen die we aan het publiek stellen, moeten voorbijgaan aan de vraag of ze het wel of niet goed vonden. We stellen tijdens Les Spectateurs vragen als: wat zag je? Wat zou je langer willen zien? of: noem 10 woorden die in je opkomen.”

Ook zijn er regelmatig huisevenementen in het Veem. Bijvoorbeeld The Metaphors, een evenement over de klimaatcrisis en verbeelding dat vertrok vanuit de vraag: hoe stel je een probleem voor dat onvoorstelbaar is? “De wethouder duurzaamheid opende, vervolgens zagen we de lecture-performance van kunstenaars Jozef Wouters en Jeroen Peeters en daarna gingen we met het publiek in gesprek in verschillende gesprekformats. Er kwamen allerlei soorten mensen op af, zo zaten we uiteindelijk rond de tafel met een hele diverse groep: marinebiologen, activisten, kunstenaars, managers van culturele instellingen, wethouders, docenten. Het raakt een beetje aan de ontmoetingen op het Marie-Heinekenplein.”

Oneka von Schrader performt in het Veem Huis – (c) Nelie de Boer

Productiehuis 2.0
Het Veem is een soort productiehuis 2.0: een Kunstenhuis dat anders wordt vormgegeven dan voorheen. Deuren worden meer opengezet; makers krijgen meer vrijheid en creëren hun eigen context. Niet alleen met zichzelf, maar in gesprek met het veld en het publiek. Veem Huis voor Performance, met Anne Breure aan het roer, is een voorloper in deze ontwikkeling, misschien wel het toonbeeld van een nieuwe generatie makers en denkers in de kunstensector. De utopie van Van Gogh kreeg nooit echt vorm en mislukte. Breure lijkt hard op weg om haar utopie wel concreet vorm te geven.

Dit artikel verscheen eerder op de mooie website van SSBA Salon. Dank voor delen SSBA!

———————————————————

Op vrijdag 1 en zondag 3 juli ga je met je We Are Public-pas bij Veem Huis voor Performance naar Prins of Ne†works van Rodrigo Sobarzo.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikerservaring te optimaliseren. Door cookies te accepteren help je ons om We Are Public verder te verbeteren. Meer informatie over ons cookie- en privacy beleid vind je hier.